Grootgebracht in de kroeg
Opgroeien in de kroeg gaat voor Marja veel verder dan een leuke anekdote. Als jong meisje verhuisde zij naar de bovenverdieping van een kroeg op de hoek van de Zwaanshals, Café De Hollandiaan. Al vroeg stond ze zelf in de zaak mee te draaien. Toen zij haar geliefde Theo leerde kennen, groeide dit uit tot een relatie die jarenlang volledig verweven zou zijn met de kroeg die zij samen runden.
Theo en Marja kijken met een warm gevoel terug op hun beginjaren in de horeca. Al rond een uur of vijf in de ochtend stroomden de koppelbazen binnen. Met hen kwamen de werkzoekenden, die zich bij hen verzamelden. Formulieren gingen rond, terwijl Theo en Marja onafgebroken kannen koffie verzorgden. Niet veel later stond de straat vol met busjes van het verhuurbedrijf Van ’t Hart. De planning was gemaakt en iedereen werd richting de Botlek en de Europoort gereden, klaar voor een lange werkdag. De koppelbazen bleven vaak nog hangen om de administratie op orde te krijgen. Voordat Theo en Marja het doorhadden, kwam alweer de volgende ploeg binnen, die net klaar was met de nachtdienst.
In die jaren was er nauwelijks tijd om na te denken, vertelt Theo. Het was vooral doorwerken, meebewegen en de kroeg draaiende houden. Hij herinnert zich talloze bijzondere momenten uit die tijd. Het Oude Noorden stond bekend om de grappen die men elkaar uithaalde. Zo liet een havenmedewerker eens een vogelspin over de biljarttafel lopen, en gooide een vishandelaar regelmatig vissen in de spoelbak van de bar.
Over dit soort anekdotes zouden Theo en Marja moeiteloos een dik boek kunnen schrijven. Er waren mooie tijden en minder mooie tijden. Binnen het Oude Noorden waren Theo en Marja gerespecteerde figuren. Theo vertelt dat er in de jaren zeventig en tachtig meer ontzag was voor beroepen zoals agent, kastelein of taxichauffeur. Hij merkt op dat respect voor ouderen tegenwoordig veel minder vanzelfsprekend lijkt. Jongeren staan volgens hem niet eens meer op in het openbaar vervoer.
Theo benadrukt het grote onderlinge vertrouwen dat er destijds heerste. Het was een tijd waarin touwtjes nog uit de brievenbus hingen en waarin één sleutel vaak op meerdere deuren binnen de buurt paste. Nu worden er in dezelfde straten steeds meer sloten op de deuren geplaatst.
Marja vult aan dat het een periode was waarin mensen veel meer naar elkaar omkeken. Armoede speelde een grote rol, maar dat zorgde juist voor saamhorigheid. Als iemand niets te eten had, schoof die gewoon aan bij de buren. Volgens Marja is dat tegenwoordig anders. Mensen zijn meer op zichzelf gericht, en dat vindt ze een pijnlijke ontwikkeling.
In de laatste jaren dat ze actief waren in de horeca, vond vooral Theo het wel mooi geweest. Hij wilde de zaak verkopen en wachtte op de juiste koper. Na enkele mislukte pogingen liep Xander de kroeg binnen, een jonge vent met een pet achterstevoren. Niet direct het beeld dat je als doorgewinterde kroegbaas vertrouwen inboezemt, maar Theo besloot het gesprek toch aan te gaan. De compagnon van Xander, Mickey, kwam erbij en samen begonnen ze aan de onderhandelingen. Via een vriend van de markt hoorde Theo dat het goede jongens waren. Uiteindelijk werd de kroeg aan hen verkocht en droegen Theo en Marja de sleutel in goed vertrouwen over.
Niet veel later stapten Theo en Marja hun oude kroeg weer binnen. Mickey was met een sloophamer aan de gang geweest en er was nog maar weinig over van De Hollandiaan. Het was een pijnlijk gezicht en zij vreesden dat ze een grote fout hadden gemaakt. Na wat vertraging door vergunningen ging de verbouwing verder en kreeg de zaak langzaam maar zeker vorm. Theo en Marja werden op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en kregen zelfs inspraak in bepaalde keuzes. Marja wilde liever niet alles meekrijgen, maar vond het wel prettig om nog betrokken te worden. Oude elementen uit de Hollandiaan kregen een nieuwe plek. Zo werd Gieterij ’t Swaentje geboren.
Nu komen Theo en Marja iedere zaterdagmiddag, stipt om één uur, langs bij Gieterij ’t Swaentje. Marja loopt altijd iets eerder naar binnen, terwijl Theo nog even bij de parkeermeter staat te rommelen. Terwijl Marja al aan de bar zit, neemt Theo buiten een laatste trek van zijn sigaret. Tijdens het binnenstappen blaast hij die rustig uit. Het is een ritueel dat al jaren zo gaat en dat net zo vertrouwd voelt voor hen als voor de barman die hen ontvangt.