Skip to main content

Grootgebracht in de kroeg

Opgroeien in de kroeg gaat voor Marja veel verder dan een leuke anekdote. Als jong meisje verhuisde zij naar de bovenverdieping van een kroeg op de hoek van de Zwaanshals, Café De Hollandiaan. Al vroeg stond ze zelf in de zaak mee te draaien. Toen zij haar geliefde Theo leerde kennen, groeide dit uit tot een relatie die jarenlang volledig verweven zou zijn met de kroeg die zij samen runden.

Theo en Marja kijken met een warm gevoel terug op hun beginjaren in de horeca. Al rond een uur of vijf in de ochtend stroomden de koppelbazen binnen. Met hen kwamen de werkzoekenden, die zich bij hen verzamelden. Formulieren gingen rond, terwijl Theo en Marja onafgebroken kannen koffie verzorgden. Niet veel later stond de straat vol met busjes van het verhuurbedrijf Van ’t Hart. De planning was gemaakt en iedereen werd richting de Botlek en de Europoort gereden, klaar voor een lange werkdag. De koppelbazen bleven vaak nog hangen om de administratie op orde te krijgen. Voordat Theo en Marja het doorhadden, kwam alweer de volgende ploeg binnen, die net klaar was met de nachtdienst.

In die jaren was er nauwelijks tijd om na te denken, vertelt Theo. Het was vooral doorwerken, meebewegen en de kroeg draaiende houden. Hij herinnert zich talloze bijzondere momenten uit die tijd. Het Oude Noorden stond bekend om de grappen die men elkaar uithaalde. Zo liet een havenmedewerker eens een vogelspin over de biljarttafel lopen, en gooide een vishandelaar regelmatig vissen in de spoelbak van de bar.

Over dit soort anekdotes zouden Theo en Marja moeiteloos een dik boek kunnen schrijven. Er waren mooie tijden en minder mooie tijden. Binnen het Oude Noorden waren Theo en Marja gerespecteerde figuren. Theo vertelt dat er in de jaren zeventig en tachtig meer ontzag was voor beroepen zoals agent, kastelein of taxichauffeur. Hij merkt op dat respect voor ouderen tegenwoordig veel minder vanzelfsprekend lijkt. Jongeren staan volgens hem niet eens meer op in het openbaar vervoer.

Theo benadrukt het grote onderlinge vertrouwen dat er destijds heerste. Het was een tijd waarin touwtjes nog uit de brievenbus hingen en waarin één sleutel vaak op meerdere deuren binnen de buurt paste. Nu worden er in dezelfde straten steeds meer sloten op de deuren geplaatst.

Marja vult aan dat het een periode was waarin mensen veel meer naar elkaar omkeken. Armoede speelde een grote rol, maar dat zorgde juist voor saamhorigheid. Als iemand niets te eten had, schoof die gewoon aan bij de buren. Volgens Marja is dat tegenwoordig anders. Mensen zijn meer op zichzelf gericht, en dat vindt ze een pijnlijke ontwikkeling.

In de laatste jaren dat ze actief waren in de horeca, vond vooral Theo het wel mooi geweest. Hij wilde de zaak verkopen en wachtte op de juiste koper. Na enkele mislukte pogingen liep Xander de kroeg binnen, een jonge vent met een pet achterstevoren. Niet direct het beeld dat je als doorgewinterde kroegbaas vertrouwen inboezemt, maar Theo besloot het gesprek toch aan te gaan. De compagnon van Xander, Mickey, kwam erbij en samen begonnen ze aan de onderhandelingen. Via een vriend van de markt hoorde Theo dat het goede jongens waren. Uiteindelijk werd de kroeg aan hen verkocht en droegen Theo en Marja de sleutel in goed vertrouwen over.

Niet veel later stapten Theo en Marja hun oude kroeg weer binnen. Mickey was met een sloophamer aan de gang geweest en er was nog maar weinig over van De Hollandiaan. Het was een pijnlijk gezicht en zij vreesden dat ze een grote fout hadden gemaakt. Na wat vertraging door vergunningen ging de verbouwing verder en kreeg de zaak langzaam maar zeker vorm. Theo en Marja werden op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en kregen zelfs inspraak in bepaalde keuzes. Marja wilde liever niet alles meekrijgen, maar vond het wel prettig om nog betrokken te worden. Oude elementen uit de Hollandiaan kregen een nieuwe plek. Zo werd Gieterij ’t Swaentje geboren.

Nu komen Theo en Marja iedere zaterdagmiddag, stipt om één uur, langs bij Gieterij ’t Swaentje. Marja loopt altijd iets eerder naar binnen, terwijl Theo nog even bij de parkeermeter staat te rommelen. Terwijl Marja al aan de bar zit, neemt Theo buiten een laatste trek van zijn sigaret. Tijdens het binnenstappen blaast hij die rustig uit. Het is een ritueel dat al jaren zo gaat en dat net zo vertrouwd voelt voor hen als voor de barman die hen ontvangt.

Wie geboren is om te hangen, verdrinkt niet

Jeroen Seutek, in de Rotterdamse muziekscene beter bekend als Seutek, is dj, ondernemer en eigenaar van een geliefde tweedehands platenzaak aan de Zwaanshals; Zalig. Wie zijn winkel binnenstapt, hoort vrijwel altijd het warme geluid van vinyl dat hij zelf staat voor te draaien. Muziek vormt niet alleen zijn werk, maar ook de rode draad door zijn leven.

Jeroen werd geboren in Düsseldorf, maar verhuisde op jonge leeftijd met zijn moeder naar Rotterdam, waar zij vandaan komt. Hij groeide op in het Kleiwegkwartier, een buurt waar hij met van alles in aanraking kwam, maar vooral met muziek. Een vriend nam hem ooit mee naar een buurtcentrum waar jongeren de kans kregen om zichzelf te ontwikkelen. Daar stond hij voor het eerst achter draaitafels. Het was liefde op het eerste gezicht: iets waarin hij zich volledig kon verliezen.

Hij vertelt zelf dat hij niet altijd het beste jongetje van de klas was. Foute vrienden, kattenkwaad, de gebruikelijke streken die jongeren uithalen. Wanneer hij dit vergelijkt met hedendaagse situaties, ziet hij vooral hoe onschuldig het destijds eigenlijk was. Ondertussen ontkiemde zijn passie voor muziek verder. Terwijl anderen hun zaterdagen op het voetbalveld doorbrachten, liep Jeroen platenzaken af. Zijn collectie groeide, net als zijn kennis en zijn stille ambitie om deze platen ooit te gaan verkopen.

Naast het kopen van muziek ontwikkelde Jeroen zich ook op de dansvloer. Hij bracht vele avonden door in de Rotterdamse discotheken uit die tijd, met de gabberscene op haar hoogtepunt. Maar hij keek verder dan de stad: van snelwegclubs in België tot clubs in hartje Amsterdam, overal voelde hij zich thuis.

Een carrière opbouwen als dj ging toen compleet anders dan nu. Social media speelde geen rol; je netwerk bouwde je op door aanwezig te zijn, feesten te organiseren en andere dj’s uit te nodigen. Zo ontstonden connecties die waren gebaseerd op wederkerigheid. Een dikke huid was daarbij geen overbodige luxe. Met zijn achtergrond in de steigerbouw was dat geen probleem. Hij herinnert zich een situatie waarin een boeker hem wilde korten omdat hij te laat arriveerde. Toen dit meerdere keren benadrukt werd, besloot Jeroen hem vriendelijk maar duidelijk te corrigeren. De boeker werkte voor een groot kantoor, en dat heeft hij nog wel even gemerkt. Het typeert zijn karakter: recht door zee en niet bang om voor zichzelf op te komen.

Door de jaren heen bouwde Seutek veel contacten op. Veel van die mensen komen nog altijd langs in zijn winkel, Zalig aan de Zwaanshals. Hij merkte dat veel oudere muziekliefhebbers nog steeds graag een drankje doen, maar niet meer tot diep in de nacht willen stappen. Daarom organiseert hij regelmatig kleinschalige evenementen in zijn zaak: warm, gezellig en vol muziek, precies zoals zijn bezoekers het waarderen.

Onlangs werd Jeroen vader. Dat bracht een nieuwe rust in zijn leven. Wanneer zijn kindje op zijn borst ligt, ervaart hij een gevoel dat hij nooit eerder heeft gevoeld. Of dit betekent dat al zijn wilde haren voorgoed verdwenen zijn, blijft de vraag, maar zijn creativiteit en ondernemerschap zijn in ieder geval springlevend.

Hij heeft een manier van werken gevonden die past bij zijn winkel, zijn gezin en zijn eigen ritme. Daardoor ontstaat ruimte voor nieuwe projecten waar hij enthousiast van wordt. Als hij zichzelf zou moeten omschrijven in één zin, dan kiest hij voor: leef en laat leven. Een inspirerende man die op zijn eigen manier door muziek, ondernemerschap en menselijkheid een plek heeft gecreëerd waar anderen graag komen.

Van groente en fruit naar chips met een fluit

Madeleine Leermakers, oftewel Maddy, heeft op haar 33ste al een divers werkverleden opgebouwd. Ze groeide op in de schaduw van de Efteling en verhuisde op haar achttiende naar Tilburg. Maddy studeerde etaleren in Utrecht, een basis voor een carrière vol avontuur. Inmiddels is zij bezig zichzelf te ontplooien in de zorg.

Hoewel Maddy tegenwoordig stevig in haar schoenen staat, ging daar het nodige aan vooraf. Ze blikt terug op een wisselvallige jeugd. Haar ouders waren altijd liefdevol, maar buitenshuis had ze vaak te maken met pesterijen. Als ze eraan terugdenkt, geeft ze toe dat ze graag eerder had geleerd om voor zichzelf op te komen. Geef hem dan gewoon een klap, zegt ze met een mengeling van humor en ernst.

Van haar opa en oma kreeg Madeleine verschillende ondernemende en creatieve vaardigheden mee. Op haar achttiende besloot ze op zichzelf te gaan wonen in Tilburg en in Utrecht te studeren. Lachend vertelt ze dat ze een tijd op de Herman Brood Academie heeft gezeten, een periode met drank, drugs en gezelligheid als decor. Toch beseft ze hoe deze tijd haar vormde als jongvolwassene. Ze ontmoette er veel inspirerende mensen met wie ze de grootste lol beleefde.

Later werkte Madeleine als vrijwilliger bij Poppodium 013 in Tilburg. Ze maakte er snel stappen en raakte steeds meer betrokken bij de muziekindustrie. Maar het leven dat bij deze sector hoorde, sloot niet helemaal aan bij haar eigen wensen. Daarom besloot ze ermee te stoppen.

Na enkele andere banen kwam Madeleine tijdens de coronaperiode op de markt terecht. Ze koos hiervoor vanwege de zekerheid die dit werk bood. Groente en fruit werden haar vaste afdeling. Ze had al een goede band met de mensen van de kraam en het was iets wat ze altijd al wilde doen.

Na een paar jaar vond Madeleine het tijd voor iets nieuws. In aanloop naar een carrière in de zorg nam ze een tussenstap als barvrouw bij Gieterij ’t Swaentje. Met haar nuchtere marktmentaliteit maakte ze daar al snel een onvergetelijke indruk.

De ambitie om in de zorg te werken bleef. Madeleine begon opnieuw te solliciteren, maar kreeg veel afwijzingen vanwege het ontbreken van diploma’s en ervaring. Toch gaf ze niet op. Ze zette door en het lukte haar uiteindelijk.

Nu biedt Madeleine zorg aan mensen die dat nodig hebben. Geëmotioneerd vertelt ze dat ze haar cliënten misschien wel de zorg kan geven die zij zelf heeft gemist. Ze doet haar werk met veel passie en ambitie, maar de nuchtere dame van de markt blijft ze altijd.

Ad Fundum

Jaap is een welbekende naam in de Rotterdamse horeca. Hij heeft diverse zaken gehad, waaronder De Pui, en stond bekend om zijn rol als voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland en zijn spraakmakende marketingstunts. Tegenwoordig is Jaap een horecaleven en een beroerte verder, en vermaakt hij zich nog altijd in diverse horecazaken in Rotterdam-Noord.

Jaap groeide op als een leergierige jongeman. In zijn puberteit kreeg hij te maken met de echtscheiding van zijn ouders. Dat was volgens Jaap nog in een tijd dat er geen vechtscheidingen bestonden. Hij wilde niet tussen zijn ouders in komen te staan en besloot werk te gaan zoeken.

Op een dag zag hij een advertentie in de krant van een horecazaak aan het Stadhuisplein. Hij besloot langs te gaan en mocht daar aan de slag. In het begin haalde hij glazen en flesjes op, maar hij leerde snel en mocht al gauw achter de bar staan. Hij had er duidelijk gevoel voor.

Vanaf dat moment werkte Jaap op veel verschillende plekken in Rotterdam. Van studentendiscotheek Ad Fundum tot aan Beluga aan de Maas: een schitterende tijd waarin hij alles leerde over het horecavak.

Maar de horeca kent ook zijn keerzijden. Zo was Jaap lange tijd manager bij een zaak waar hij de boel uitstekend op de rit had. Waar je normaal gesproken erkenning voor zou krijgen, probeerde men hem juist weg te werken, waarschijnlijk omdat hij een hoger salaris had dan de gemiddelde manager. Na een langdurig schaakspel met de eigenaren besloot Jaap eieren voor zijn geld te kiezen. “Het is zelfs nog een rechtszaak geworden,” vertelt hij. Uitgeput nam hij een pauze van de horeca in hartje Rotterdam en ging ergens anders aan het werk.

Na enige tijd begon hij samen met zijn toenmalige vriendin boven De Pui een Chinees-Indisch restaurant, genaamd J.W Ijzerman. Het duurde niet lang voordat de zaak een succes werd. Jaap deed de dranken, zijn partner verzorgde de keuken. Hij had zijn plezier terug en leerde wat het is om echt zelfstandig te ondernemen.

Totdat het noodlot toesloeg: zijn vriendin kreeg een relatie met een vaste gast. “Opeens was ik mijn meissie kwijt, en mijn kok,” vertelt Jaap. De volgende dag stonden er veertig reserveringen, en hij wist even niet wat te doen. Dus ging hij naar de kroeg.

Aan de bar raakte hij in gesprek met een man. Toen Jaap vertelde over zijn probleem, zei de man: “Mijn schoonmoeder kookt Indisch en zoekt toevallig werk.” De volgende ochtend begon ze, en ze heeft uiteindelijk acht jaar voor Jaap gewerkt.

In de loop der jaren bouwde Jaap een indrukwekkende horecaportefeuille op. De ene zaak was succesvoller dan de andere, maar zijn bekendste onderneming blijft De Pui. Met zijn creatieve marketingstunts wist hij veel aandacht te trekken en bouwde hij een betrouwbare naam op als ondernemer.

Na een lang en bewogen horecaleven deed Jaap langzaam afstand van zijn zaken. De laatste die hij verkocht, was De Pui. Hij heeft een avontuurlijk leven geleid en een onmiskenbare stempel gedrukt op de Rotterdamse horeca.

Tegenwoordig woont Jaap begeleid, nadat hij een beroerte heeft gehad. Stilzitten vindt hij nog altijd lastig, maar hij beseft nu vaker dat hij zijn rust moet nemen. Afspraken moeten duidelijk zijn en soms is hij wat vergeetachtig.

Toch blijft hij actief. Onder de naam VraagJaap geeft hij nog steeds advies aan horecamensen. Wanneer hij een goede klik heeft met een ondernemer, overhandigt hij zijn visitekaartje, een bierviltje. Lichamelijk mag het niet allemaal meer meezitten, maar Jaap is nog altijd even scherp als vroeger.

Jaap is een gepassioneerde horecaman. Van Barman in de meest diverse zaken, naar verschillende zaken onder zijn naam. Hij heeft het op eigen kracht gedaan en heeft tegenslagen overwonnen. Kritisch is die nog steeds en advies heeft hij genoeg. Dus als je het even niet weet, VraagJaap!

Nooit geen uurtje weg

Henk en Christa zijn al lange tijd een bekend koppel in het Oude Noorden van Rotterdam. Ze hebben elkaar op traditionele wijze ontmoet: Henk aan de bar en Christa achter de bar. Hoewel ze uit verschillende buurten komen, lagen hun werelden dicht bij elkaar.

Christa is opgegroeid in het welbekende Crooswijk. Ze heeft fijne herinneringen aan haar jeugd daar: iedereen keek naar elkaar om en de buurt werd gekenmerkt door gezelligheid. Armoede heeft zij niet meegemaakt. Wel vertelt ze dat er gezinnen waren met veertien kinderen, waardoor je logischerwijs goed op je geld moest letten. Als jong meisje begon Christa al in de kroeg te werken. Wat begon als bijspringen, groeide al snel uit tot een vaste baan in de Rotterdamse horeca. Ze werkte in veel verschillende barretjes, maar zocht aan de bar ook haar vertier.

Henk groeide op in een multiculturele buurt aan de Kruiskade in Rotterdam. Van jongs af aan ontdekte hij zijn liefde voor muziek en ging hij geregeld naar reggaebandjes. In zijn jeugd werkte hij als glazenwasser. Door de week stond hij op de ladder om zijn dagen vol te maken, en in het weekend draaide hij als dj op diverse plekken, waarbij hij zich onderscheidde door platen van bijvoorbeeld Pink Floyd te draaien.

Voor Henk en Christa was het een gemoedelijke en gezellige tijd: uitgaan was het hoogtepunt van het weekend, en maandag stond Henk weer op de ladder om te werken, want van de zuurverdiende knaken van het weekend was vaak niet veel over.

Hun ontmoeting aan de bar verliep niet meteen vlekkeloos. In eerste instantie zag Christa het niet zitten met Henk. Hij dronk ondertussen ook regelmatig thee, terwijl zij het stappen nog niet verleerd had. Toch gingen ze samen op pad en bleek hun klik sterker dan verwacht. Velen hadden niet gedacht dat hun relatie zou standhouden, maar toch zijn ze nu al jaren samen.

Door de jaren heen hebben Henk en Christa geleerd goed op elkaar afgestemd te zijn. Eén belangrijke regel die ze hanteren is: zeg nooit dat je een uurtje weggaat, want het blijft vrijwel nooit bij een uurtje. Voor hen draait het vooral om elkaar de ruimte gunnen.

Beide brengen hun dagen nog druk door. Thuiszitten maakt hen geen van beiden vrolijk, dus vinden ze het belangrijk actief te blijven, ook al gaat dat tegen het advies van hun kinderen in. Wanneer ze praten over overwinteren in het buitenland, klinkt dat als een realistisch plan. Hun leven samen is een balans van vrijheid, gezelligheid en actief blijven, een levensstijl die hen al die jaren sterk heeft verbonden. En het tegendeel heeft bewezen.

De gevoelige snaar

Michael Prins is een gepassioneerd muzikant. In zijn hele leven staat één ding centraal; en dat is de muziek. Een leven binnen de muziek krijg je vaak van buitenaf mee. Michael doet het boekje open over de ervaringen die hij heeft gehad. Grote zalen, kleine kroegjes, overwinningen en tegenslagen.

Prins komt uit de polder, opgegroeid in het groen, en nog steeds beweert hij dat hij mensen die uit de polder komen kan herkennen. Het zit volgens hem in hun uitstraling en gedrag. Maar Prins was niet enkel in de weilanden te vinden. In zijn jongere jaren trok hij zich geregeld terug op zijn kamer om muziek te maken. Dat heeft hij vijftien jaar lang gedaan, totdat het tijd werd om de grote stad in te gaan.

Prins nam de trein naar Rotterdam en kwam terecht bij café Hemingway, een bekend begrip in de stad. Als groentje kwam hij in de grote stad terecht, en pas jaren later kon hij sommige dingen die hij toen meemaakte goed plaatsen. Lachend vertelt Prins: “Toen bedacht ik me opeens: oh, daar werd toen gewoon coke van de bar afgesnoven.”

Als muzikant bleef Prins druk in de weer. Hij speelde in verschillende kroegen en ontwikkelde zich op diverse vlakken. Dat hij een getalenteerd muzikant is, werd al snel voor velen duidelijk. Op een dag zag hij het televisieprogramma De Beste Singer-Songwriter voorbijkomen. Vanuit zichzelf was hij hier eigenlijk nogal sceptisch over, een talentenjacht voor muzikanten voelde voor hem vreemd. Hij had moeite met het idee van winnen of verliezen binnen de muziek.

Toch besloot hij mee te doen, en Prins won het programma. In één klap was hij een gevestigde naam binnen de muziekindustrie. Hij speelde op plekken waar hij vroeger alleen maar van kon dromen. “Mijn boeker belde mij om te vertellen dat we in Paradiso gingen spelen. Voor mij was dat zoveel meer dan alleen dat telefoontje.”

Zijn succes bleef groeien, en hij was regelmatig te gast bij De Wereld Draait Door om daar muzikaal bij te dragen. Dat het allemaal zo snel ging, bracht natuurlijk ook risico’s met zich mee. Prins vertelt dat hij meer dan eens het verwijt kreeg dat hij arrogant zou zijn. Volgens hem was dat een vorm van ongemak, een manier om mensen op afstand te houden.

Hij merkte dat hij minder goed met zijn bekendheid kon omgaan dan sommige collega-artiesten. Waar zij er moeiteloos mee leken om te gaan, wilde Prins vooral op een normale manier contact houden met anderen op menselijk niveau, zonder stempels of verwachtingen.

Toch kijkt Prins met een glimlach op die periode terug. Hij kan het nu beter in perspectief zien en heeft in die tijd veel over zichzelf geleerd. Zijn dagen bestonden uit overdag oefenen met mede-muzikanten en ’s avonds optreden of interviews geven. Een leven waarin zijn passie centraal stond.

Corona heeft bij velen diepe sporen achtergelaten, en zo ook bij Prins. In één klap raakte hij 150 optredens kwijt. Niet alleen een belangrijke inkomstenbron, maar ook een manier om zijn muziek bij het publiek te brengen. Hij besloot zijn albumrelease uit te stellen en gaf in die periode vooral huiskamerconcerten, die tot mooie en persoonlijke ontmoetingen leidden.

Prins is nog steeds volop actief als muzikant. Samen met Ernst van Dusseldorp heeft hij lang gewerkt aan een nieuw album dat binnenkort zal verschijnen. Volgens Prins is dit een album zonder concessies. Iets wat bij muzikanten nog wel eens voorkomt om het werk toegankelijker te maken voor een breder publiek. Maar bij deze platen is dat zeer zeker niet het geval.

Michael Prins is een artiest die zijn muzikale pad met oprechtheid en passie bewandelt. Van zijn jeugd in de polder tot de drukte van de stad, van kleine kroegen tot volle zalen. De ervaringen die hij onderweg heeft opgedaan, hebben hem gevormd tot een muzikant die trouw blijft aan zichzelf.

Over het poetsen

Martina is de schoonmaakster van Gieterij ’t Swaentje. Samen met Arie, haar partner, brengt ze haar dagen door. Hij is vaak van huis, terwijl zij lekker haar eigen ding doet. Een schoonmaakklus hier, een uitje met de kleinkinderen daar, stilzitten is niets voor haar. In het weekend zijn Martina en Arie vaak te vinden in de kroegen die het Oude Noorden te bieden heeft.

Martina groeide op in Rotterdam-West, waar ze tot haar vijftiende woonde. Daarna verhuisde ze naar het Oude Noorden, niet wetende dat ze daar nooit meer weg zou gaan. Als puber was ze opstandig, wat geregeld voor spanningen thuis zorgde. Ze was dan ook vaak buitenshuis te vinden.

“Lekker stappen in Noord,” zegt ze met een glimlach. Toch waren haar tienerjaren niet zo zorgeloos als die van de meesten. Op haar zestiende werd Martina zwanger. Ze besloot haar kind te houden en haar verantwoordelijkheid te nemen, maar tot haar grote verdriet verloor ze haar zoontje na acht weken. Een meisje van zestien dat haar kind verliest, het is een wond die haar leven tekende.

Martina stopte met school en kreeg van haar vader te horen dat ze dan maar moest gaan werken. En zo geschiedde. Ze vond een baan als schoonmaakster in een privéwoning, waar ze van alles meemaakte en genoot van de afwisseling. Een prettige bijkomstigheid was dat het goed verdiende. Daarna volgden verschillende banen in de schoonmaak en de horeca.

Op haar twintigste kreeg Martina haar tweede kind, een zware maar weloverwogen keuze waar ze nog steeds dankbaar voor is. In die periode leerde ze hoe moeilijk het is om als vrouw alleen een kind op te voeden, zeker in die tijd. Naast alle verantwoordelijkheden die het ouderschap met zich meebrengt, rustte er toen nog meer dan nu een stigma op alleenstaand moederschap. Toch heeft Martina nooit geleerd om bij de pakken neer te zitten.

Het leven ging verder. Martina werkte op verschillende plekken in de horeca, zowel als barvrouw als schoonmaakster. De horeca bleek een belangrijke plek in haar leven, een sociale ontmoetingsplaats waar ze veel vrienden maakte. Het was ook de plek waar ze Arie ontmoette: hij aan de bar, zij erachter. Nu zijn zij al zeventien jaar samen.

Arie droomt ervan om te overwinteren in Spanje, maar Martina moet daar nog niets van weten. Haar band met de kleinkinderen en de mensen uit de buurt is haar te dierbaar. Voorlopig houdt ze het liever bij een paar vakanties per jaar. In de zomer is ze het liefst bij haar volkstuintje, waar iedereen welkom is en de kleinkinderen heerlijk kunnen zwemmen.

Martina is een zelfstandige vrouw, gedreven door doorzettingsvermogen en wilskracht. Ze blijft lachen, zelfs als de stang van de stofzuiger kwijt is of de dweil weer kapot. Niets krijgt haar van haar stuk. Wat er ook gebeurt, de kroeg is altijd schoon wanneer Martina is geweest.

Jenever en havermelk

In de twintig jaar dat Marie-Louise woonachtig is boven de Gouden Snor, is ze een bekende naam in Rotterdam geworden. Bekend om haar kunsten als bartender, en nu als salesmanager. Op een blauwe maandag trekt ze haar stoute schoenen nog eens aan om het team van Gieterij ‘t Swaentje team te versterken, dan wilt ze enkel een fles jenever zodat ze die al staand op de bar kan uitschenken.

Marie-Louise is opgegroeid in Rijswijk, tegen Den Haag aan. Op school kreeg Marie-Louise te horen dat ze het wel kon, maar niet deed. Dat komt volgens haar door het gebrek aan interesse voor school van haar kant. Later in haar carrière heeft zij deze woorden ook niet meer gehoord. En vind het ze het kwalijk dat er op scholen niet meer wordt geluisterd naar kinderen die niet binnen de schoolsystemen functioneren.

Marie-Louise kreeg een partner in Rotterdam en raakte zo steeds meer betrokken bij de stad. Zij bouwde hier haar leven op. Na een reis met haar toenmalige partner in Thailand, gingen de twee uit elkaar en besloot zij zelf een plekje te zoeken. Het werd een huis boven de Gouden Snor.

De vervolgstap van Marie-Louise was de horeca. Hier stal zij de show door haar vlotte babbel en charisma achter de bar. Over de vaste horeca-avond (maandag) waar Marie-Louise achter de bar stond, hoor je het mensen het nog steeds over hebben. Ze is met recht een gevestigde naam geworden binnen Rotterdam.

Na jaren ploeteren in de Rotterdamse horeca, van nachtclubs tot cocktailbarretjes, vond Marie-Louise het wel goed geweest. Het horecaleven blijkt toch een leven wat zich niet staande wist te houden bij haar. De vervolgstap in de carrière van Marie-Louise was als salesmanager aan de slag bij Loopuyt Gin. Haar positie binnen de horeca veranderde, maar haar kwaliteiten niet. Ook hier bouwde zij snel een goede naam op.

Nu werkt Marie-Louise voor Dorstlust. Een bedrijf dat verschillende non-alcoholische producten verkoopt. Dit heeft voor de nodige verwarring in Rotterdam gezorgd, en leverde veel reacties op als: “ben jij nu ook alcoholvrij dan?”. Het antwoord daarop is stellig: “nee”. De wilde haren zijn niet verdwenen, ze zitten nu enkel doordeweeks in een knot. Ze verkoopt nu zelfs havermelk.

Marie-Louise is graag onder de mensen en hoort vooral graag de verhalen aan de bar aan. Nog steeds woont Marie-Louise boven de Gouden Snor. Nog even veel moeite als vroeger om erlangs te lopen zonder gedag te zeggen. Maar het gaat haar ondertussen steeds beter af.

‘Gewoon’ Ed

Ed Dietz krijgt meer dan eens naar zijn hoofd geslingerd dat hij een rauwe Rotterdammer is. Zelf vindt Ed dat hij gewoon zichzelf is. Als barbier volgt Ed zijn passie. Deze passie is terug te vinden in zijn barbershop aan de Benthuizerstraat, genaamd The Incredible Barbers, wat als een tweede woonkamer voor hem is.

Ed is opgegroeid in een andere tijd van Rotterdam. Criminaliteit speelde een grote rol in het Oude Noorden. Naweeën van de heroïne-epidemie, noemt hij het. Ed had ervoor gekozen om een idealistisch leven te gaan leiden in Pernis, niet wetende dat hij de achttien jaar daarop iedere dag heimwee zou hebben. Wanneer Ed zijn hond uit ging laten in Pernis, zag hij zijn stad Rotterdam en verlangde ernaar weer terug te gaan.

En zo geschiedde: na achttien jaar in Pernis gewoond te hebben, kwam Ed weer terug naar Rotterdam. Het voelde als thuiskomen, maar toch onwennig, omdat de stad zoveel was veranderd. Een uitdaging stond hem te wachten, hij kon de stad Rotterdam opnieuw ontdekken.

Ed had zichzelf als barbier omhooggewerkt en had een vaste klantenkring opgebouwd. Hij opende zijn eigen barbershop aan de Benthuizerstraat. En hier staat hij nog iedere dag van vroeg tot laat te werken.

In een zekere periode, ‘pre-corona’, kunnen we het nu noemen, besloten Ed en zijn vriendengroep de marathon van Rotterdam te rennen. Een ambitieus plan voor een club rokende, drinkende en gebruikende volwassenen. Maar niets was hun te gek, en zo ook dit plan niet. RTV Rijnmond kreeg hier lucht van, en toen besloot Charlotte Meijer deze groep mensen op de voet te volgen. De reeks zou Het Sloopteam gaan heten, met Ed als Hulk.

De marathon werd afgelast door corona, maar de serie werd een succes. Later heeft Ed de marathon van Rotterdam meermaals gerend. Hij zwijmelt weg wanneer hij vertelt over het oversteken van de Erasmusbrug, vanuit Zuid richting het centrum. De zure lucht en de atmosfeer in de stad laten Ed weer opleven. Vanaf dan is het genieten voor Ed.

Dat Ed graag in de weer is, blijkt ook uit zijn hobby’s. Zo is hij een groot fan van rollerschaatsen. Het is een symbool voor vrijheid en een leuke tijdsbesteding. Samen met een aantal vrienden heeft hij een rollerskate-evenement opgezet. Na wat oponthoud hiermee stelt Ed nu tevreden: “het loopt weer op rolletjes.”

Ed is zich bewuster geworden van zijn eigen gedrag, maar ook van de rol die je kan vervullen voor mensen. Niks is te gek en geen berg te hoog. “Je krijgt alleen spijt van dingen die je niet hebt gedaan.” Zo zijn er meer oneliners waarmee Ed benadrukt dat je uitdagingen aan moet gaan.

Met het oog op de toekomst zijn er geen grote ambities voor Ed. Eén ding weet hij wel zeker: hij hoeft niet te bungeejumpen. Verder vertelt Ed dat hij nog bezig is met het opruimen van de boekhoudkundige rotzooi die hij ervan heeft gemaakt, evenals de impact van corona op hem als ondernemer.

In het weekend vermaakt Ed zich mateloos in Rotterdam en zegt nog steeds de stad aan het herontdekken te zijn. Mooie kroegjes gaat hij graag af, een vereiste hierbij is dat het personeel wel de drankjes noteert op een kladblok. Liever geen technologie in de kroeg. Iets waar Ed met toekomstperspectief erg stellig over is: de marathon rent hij tien keer. Dat betekent nog zeven te gaan.

Hij mag zichzelf dan wel zien als ‘gewoon zichzelf’, maar wanneer iemand zo verweven is met de stad waarin hij woont, dat hij zelfs de zure lucht kan waarderen, kan je toch stellen dat het bijna één is geworden.